De beklimming van Preikestolen

 

De preekstoel, 600 meter boven de Lysefjord Al jaren was het onze droom om in Noorwegen nog eens boven op de Preekstoel te staan en dit jaar zou het er dan van komen. Op de ochtend van de grote dag werden we met stralende zonneschijn wakker. Gauw op weg, want naar de start moesten we nog een goede 40 kilometer rijden. We moesten met een pontje een fjord oversteken en juist de pont die wij gepland hadden viel uit, want hij moest tanken! Tja, daar sta je niet zo bij stil, maar die dingen moeten ook brandstof hebben.

Om elf uur waren we op de parkeerplaats aan de voet van de Preekstoel en daar zagen we auto's met nummerborden van over heel de wereld, want zo ongeveer 10.000 mensen per jaar maken deze tocht. Welgemoed gaan we op pad en al gauw blijkt dat de markering wordt aangegeven met een rode T, lukraak op bomen en rotsen geschilderd. In het begin is er nog sprake van een redelijk pad, maar dat stijgt op zo'n allerverschrikkelijkste manier dat we na 200 meter al naar adem lopen te happen. Dat belooft wat!

Hierna houdt het pad op pad te zijn en moeten we verder over de rotsen. Dit is eigenlijk nergens mee te vergelijken, wandelen is het niet meer en bergbeklimmen is ook weer een te groot begrip. Noem het maar gewoon klauteren. Na een tijdje hebben we een prachtig uitzicht op de parkeerplaats, onze auto is een dinky-toy-tje geworden! Wie pad? Waar pad? Welk pad?

Het pad loopt nu een stuk door een moerassig gedeelte en daar heeft men heel vriendelijk een houten vlonder overheen gelegd. Maar goed ook, want als we ons even van het pad wagen, zakken we tot onze enkels in de blub. Hoog boven ons zien we onze voorgangers een enorme steenlawine beklimmen en we maken onze borst alvast nat!

De rode T's goed in de gaten houdend zoeken ook wij even later een begaanbare route over rotsblokken, waarnaast de kei van Amersfoort een kiezeltje lijkt. We stijgen enorm, maar nu je zo druk bezig bent met een weg te zoeken, gaat het veel makkelijker dan in het begin. Op een geven moment ben ik zo ingespannen bezig dat ik toch de rode T's uit het oog verlies. Weer opkijkend blijkt dat ik zo'n 10 meter naar links ben afgedwaald. De routemakers hadden blijkbaar andere opstapjes in gedachten dan ik. Teruggaan is ook weer zoiets, dus ik speur de omgeving af naar de volgende T. En ja hoor, daar staat ie! Ik schat de te volgen route in en volgens mij moet dat ook via mijn weg wel lukken.

Verder maar weer, aan de steenlawine lijkt geen eind te komen en ik probeer maar niet te denken aan de terugweg. Want al zeg ik het zelf, ik ben best een goeie klimmer, maar een minkukel in de afdaling! Nou ja, desnoods, op m'n bips, maar beneden komen zullen we ook wel weer!

Op de bips naar beneden Na de steenlawine volgt er weer een stukje redelijk plat parcours, maar opeens is het pad weg! Nou ja, weg, het gaat wel verder, alleen 3 meter loodrecht naar beneden. We kijken elkaar aan: wat nu? Springen? Nou, nee, zeker met die videocamera om m'n nek zie ik dat nou niet zo zitten! Van links naar rechts lopend zien we rechts een mogelijkheid om (toch bipsenwerk!) naar beneden te komen.

Eenmaal beneden kijken we terug omhoog en zien de volgende mensen aankomen. Net zo verbijsterd als wij daarnet ongetwijfeld hebben gekeken, staren zij in de diepte. We zeggen niets, we zijn er allang achter dat het veel leuker is om het zelf uit te vinden!

We arriveren op een glooiend plateau en even denken we dat we er al zijn, maar nee dat kan niet, de 2 1/2 uur die ervoor staan hebben we nog lang niet gehad. We zijn inmiddels zo hoog gekomen dat diverse bergtoppen nu beneden ons liggen en het uitzicht is grandioos. Bergen, zover als je kan kijken, en in de verte de blauwe fjord. Een plaatje! Prachtig uitzicht

Verderop zien we kleine figuurtjes langs een bergwand schuifelen. Huu, rechts een bergwand en links helemaal niks, dat ziet er eng uit! Om op het pad te komen is er een klein houten overstapje gemaakt en gelukkig is het pad iets breder dan uit de verte lijkt. En dan de bocht om, voor ons ligt er een vals plat van de allergeniepigste soort die je je maar in kunt denken. Ik ben blij dat het droog is, want dat steile stuk basaltrots moet spekglad zijn als het nat is! Onze kuitspieren protesteren hevig, maar dan komen er een paar Nederlanders terug en roepen dat we er bijna zijn! De kuitspieren kunnen brullen wat ze willen, nu gaan we door!

Picknick boven op Preikestolen En daar ligt ie dan, in volle glorie: de Preekstoel! Aan het begin van het plateau houden we halt en zoeken een plekje om even lekker te zitten. De sfeer laat zich moeilijk beschrijven, het lijkt wel een soort picknick. Allerlei talen horen we om ons heen spreken en iedereen is vrolijk.

Na een tijdje staan we toch maar weer op, het belangrijkste stukje komt nog: de laatste 50 meter. En we lopen die laatste 50 meter, nou ja, minus 30 centimeter.

Daar staan we dan, 30 centimeter vanaf de rand, er is geen hek. Net zoals iedereen ga ik vanzelf zitten, op mijn knien, ik strek m'n nek en gluur voorzichtig naar beneden. Getverderrie, 600 meter loodrecht naar beneden is cht afgrijselijk diep! We staan pal naast een diepte van 2 Eiffeltorens op elkaar, n stapje teveel en je bent hartstikke dood. En waar de Eiffeltoren beveiligd wordt door een metershoog hek, is hier niets! En toch heb ik nog nooit gehoord dat er iemand van de Preekstoel is gevallen, of gesprongen!

We lopen nog wat rond en maken foto's en video's, die -naar later blijkt- toch niet weergeven hoe het nou in werkelijkheid is. We maken ook een fotootje van vakantiebeer op het randje, oppassend dat hij er niet afvalt! Dan wordt het langzamerhand tijd voor de terugweg, hoewel we moeilijk afscheid kunnen nemen! Zeker 20 maal kijken we om op het pad terug, de Preekstoel staat voor altijd in ons geheugen gegrift. Vakantiebeer op de Prrekstoel

De terugweg is inderdaad moeilijker dan de heenweg, je kijkt nu steeds in de diepte voor je. Maar de roes is nog niet weg, de belevenis blijft fantastisch en nu zijn wij degenen die in het begin roepen: nog even, je bent er bijna. Welgemoed schuifelen we zijdelings het geniepige plat af en kijken nu in de afgrond aan de rechterkant. De 3 meter loodrecht omhoog gaat makkelijker dan we dachten, vanaf deze kant zie je een heel smal richeltje omhoog lopen, wel wiebelig, maar het gaat. Bij het moeras met het plankier soppen we weer even naar een bankje voor een korte rustpauze. Nu al met heimwee zien we nog steeds mensen naar boven klauteren. Maar goed, wij moeten weer verder en nog steeds in de stralende zonneschijn vervolgen we de weg terug. Daar zien we de parkeerplaats weer, nu nog dat hele steile hellinkje en we zijn weer terug. Wat een tocht!

 

Vergeet mijn gastenboek niet!